Simple Past: oefeningen met commentaar (eenvoudig niveau)

protection click fraud

Juiste antwoord: ik schoongemaakt het huis gisteren drie keer.

Vertaling: Ik heb gisteren het huis drie keer schoongemaakt.

De vorming van zinnen in de bevestigende zin van de eenvoudig verleden volg de onderstaande structuur:

Onderwerp + verbogen werkwoord + complement

Het werkwoord ik ben schoon (duidelijk) is een regelmatig werkwoord en daarom is de verbuiging van eenvoudig verleden bestaat uit de infinitiefvorm zonder de Im + beëindiging -ed.

Het hoofdwerkwoord in de infinitief is ik ben schoon. Zonder Im, we hebben schoon. Met de toevoeging van het einde -ed, komen we bij de buiging van eenvoudig verleden van het werkwoord: schoongemaakt.

Juiste antwoord: zij geopend de ramen omdat het hier te warm was.

Vertaling: Ze opende de ramen omdat het hier te warm was.

De vorming van zinnen in de bevestigende zin van de eenvoudig verleden volg de onderstaande structuur:

Onderwerp + verbogen werkwoord + complement

Het werkwoord ik ben open (openen) is een regelmatig werkwoord en daarom is de verbuiging van eenvoudig verleden bestaat uit de infinitiefvorm zonder de Im + beëindiging -ed.

instagram story viewer

Het hoofdwerkwoord in de infinitief is ik ben open. Zonder Im, we hebben Open. Met de toevoeging van het einde -ed, komen we bij de buiging van eenvoudig verleden van het werkwoord: geopend.

Juiste antwoord: de klas begon niet om 8 uur of de klas begon niet om 8 uur.

Vertaling: De les begon niet om 8 uur.

Merk op dat de oefening aangeeft dat de zin in negatieve vorm moet worden opgebouwd.

De ontkenning van de eenvoudig verleden wordt gevormd met het hulpwerkwoord deed + niet + hoofdwerkwoord in infinitief zonder de Im. Het is ook mogelijk om gebruik te maken van de gecontracteerde vorm van deed + niet: niet.

Het hoofdwerkwoord in de infinitief is beginnen (beginnen). Zonder Im, we hebben beginnen.

Het is belangrijk op te merken dat wanneer het hulpwerkwoord wordt gebruikt deed, moet het hoofdwerkwoord in zijn infinitiefvorm worden gebruikt, zonder de Im.

Juiste antwoord: hij gezocht dokter worden toen hij nog een kind was.

Vertaling: Als kind wilde hij dokter worden.

De vorming van bevestigende zinnen in de eenvoudig verleden volg de onderstaande structuur:

Onderwerp + verbogen werkwoord + complement

Het werkwoord ik wil (querer) is een regelmatig werkwoord en daarom is de verbuiging van eenvoudig verleden bestaat uit de infinitiefvorm zonder de Im + beëindiging -ed.

Het hoofdwerkwoord in de infinitief is ik wil (willen). Zonder Im, we hebben ik wil. Met de toevoeging van het einde -ed, komen we bij de buiging van eenvoudig verleden van het werkwoord: gezocht.

Correct antwoord: Deed de ongeluk gisteravond gebeurd?

Vertaling: Is het ongeluk gisteravond gebeurd?

Merk op dat de oefening aangeeft dat de zin in vragende vorm moet worden opgebouwd.

De vorming van vragende zinnen in eenvoudig verleden volg de onderstaande structuur:

Did + onderwerp + hoofdwerkwoord in infinitief zonder tot + complement

Het is belangrijk op te merken dat wanneer het hulpwerkwoord wordt gebruikt deed, moet het hoofdwerkwoord in zijn infinitiefvorm worden gebruikt, zonder de Im.

Het hoofdwerkwoord in de infinitief is gebeuren (gebeuren). Zonder Im, we hebben gebeuren.

Juiste antwoord: wij bleef op een leuke plek in LA.

Vertaling: We verbleven op een mooie plek in LA.

De vorming van zinnen in de bevestigende zin van de eenvoudig verleden volg de onderstaande structuur:

Onderwerp + verbogen werkwoord + complement

Het werkwoord te blijven (blijven) is een regelmatig werkwoord en daarom is de verbuiging van eenvoudig verleden bestaat uit de infinitiefvorm zonder de Im + beëindiging -ed.

Het hoofdwerkwoord in de infinitief is te blijven. Zonder Im, we hebben blijven. Met de toevoeging van het einde -ed, komen we bij de buiging van eenvoudig verleden van het werkwoord: bleef.

Juiste antwoord: zij vond het niet leuk het feest. of zij niet genoten het feest.

Vertaling: Ze hielden niet van het feest.

Merk op dat de oefening aangeeft dat de zin in negatieve vorm moet worden opgebouwd.

De ontkenning van de eenvoudig verleden wordt gevormd met het hulpwerkwoord deed + niet + hoofdwerkwoord in infinitief zonder de Im. Het is ook mogelijk om gebruik te maken van de gecontracteerde vorm van deed + niet: niet.

Het hoofdwerkwoord in de infinitief is ik geniet (genieten). Zonder Im, we hebben genieten.

Het is belangrijk op te merken dat wanneer het hulpwerkwoord wordt gebruikt deed, moet het hoofdwerkwoord in zijn infinitiefvorm worden gebruikt, zonder de Im.

Juiste antwoord: Mijn oma ging dood wanneer ik acht was.

Vertaling: Mijn grootmoeder stierf toen ik acht jaar oud was.

De vorming van zinnen in de bevestigende zin van de gemakkelijk landt volgt de onderstaande structuur:

Onderwerp + verbogen werkwoord + complement

Het werkwoord sterven (sterven) is een regelmatig werkwoord en daarom is de verbuiging van eenvoudig verleden bestaat uit de infinitiefvorm zonder de Im + beëindiging -ed.

Het hoofdwerkwoord in de infinitief is sterven. Zonder Im, we hebben dood gaan. Omdat het werkwoord eindigt met de letter en, in plaats van het einde toe te voegen -ed, Voeg gewoon toe -d. Zo komen we bij de flexie van eenvoudig verleden van het werkwoord: ging dood.

Juiste antwoord: hij heeft niet gegeten met de bus te werken. of hij niet gegeten met de bus te werken.

Vertaling: Hij kwam niet met de bus naar zijn werk.

Merk op dat de oefening aangeeft dat de zin in negatieve vorm moet worden opgebouwd.

De ontkenning van de eenvoudig verleden wordt gevormd met het hulpwerkwoord deed + niet + hoofdwerkwoord in infinitief zonder de Im. Het is ook mogelijk om gebruik te maken van de gecontracteerde vorm van deed + niet: niet.

Het hoofdwerkwoord in de infinitief is ik ben aan het eten (kom langs). Zonder Im, we hebben eet.

Het is belangrijk op te merken dat wanneer het hulpwerkwoord wordt gebruikt deed, moet het hoofdwerkwoord in zijn infinitiefvorm worden gebruikt, zonder de Im.

Juiste antwoord: waarom? deed u nemen met de taxi naar het vliegveld?

Vertaling: Waarom nam je een taxi naar het vliegveld?

Merk op dat de oefening aangeeft dat de zin in vragende vorm moet worden opgebouwd.

De vorming van vragende zinnen in eenvoudig verleden volg de onderstaande structuur:

Did + onderwerp + hoofdwerkwoord in de infinitief zonder het tot+ complement

Het is belangrijk op te merken dat wanneer het hulpwerkwoord wordt gebruikt deed, moet het hoofdwerkwoord in zijn infinitiefvorm worden gebruikt, zonder de Im.

Het hoofdwerkwoord in de infinitief is nemen (nemen). Zonder Im, we hebben nemen.

Juiste antwoord: Wanneer? deed hij aankomen?

Vertaling: Wanneer kwam hij aan?

In ondervragingen, de vorming van zinnen in de eenvoudig verleden volgt de volgende structuur:

Did + onderwerp + hoofdwerkwoord in de infinitief zonder het tot+ complement

Wanneer we het hulpwerkwoord. gebruiken deed, moet het hoofdwerkwoord in zijn infinitiefvorm worden gebruikt, zonder de Im.

In dit geval is het hoofdwerkwoord in de infinitief aankomen (aankomen). Zonder Im, we hebben aankomen.

Correct antwoord: Hij was een geweldige student.

Vertaling: Hij was een geweldige student.

Als algemene regel geldt dat de assistent deed wordt niet gebruikt in uitspraken in de eenvoudig verleden. Daarom moet het hoofdwerkwoord worden verbogen om de tijd van de zin aan te geven.

Bij de eenvoudig verleden, het werkwoord zijn presenteert twee buigingen:

  • Was: gebruikt met hij, ze en het;
  • waren: gebruikt met wij, u en ze.

Omdat het een onregelmatig werkwoord is, zijn de verbuigingen van eenvoudig verleden eindig niet op -ed.

De vorming van bevestigende zinnen in de eenvoudig verleden volgt de volgende structuur:

Onderwerp + verbogen werkwoord + complement

Antwoord: wij had niet Franse lessen op school. of wij niet gehad Franse lessen op school.

Vertaling: We hadden geen Franse les op school.

Negatieve zinnen vormen in de eenvoudig verleden, we gebruiken het hulpwerkwoord deed + niet + hoofdwerkwoord in infinitief zonder de Im. We kunnen ook kiezen voor de gecontracteerde vorm van: deed + niet: niet.

Het hoofdwerkwoord in de infinitief is ik heb (hebben). Zonder Im, we hebben hebben.

Waar het hulpwerkwoord deed wordt gebruikt, moet het hoofdwerkwoord in zijn infinitiefvorm worden gebruikt, zonder de Im, dat wil zeggen, het kan niet worden gebogen.

Een negatieve zin vervoegd in de eenvoudig verleden volgt de volgende structuur:

Onderwerp + niet of niet + hoofdwerkwoord in infinitief zonder + complement

Antwoord: Deed u leven in New-York?

Vertaling: Heb je in New York gewoond?

In vragende zinnen in de eenvoudig verleden, wat aangeeft dat de tijd de hulpvorm is deed. Wanneer het wordt gebruikt, verbuigen we het hoofdwerkwoord niet; het wordt gebruikt in de infinitief zonder de Im.

Het hoofdwerkwoord van de zin is ik ben levend (leven). Dus, zijn infinitieve vorm zonder de Im é leven.

Vragende zinnen in de eenvoudig verleden volg de volgende structuur:

Did + onderwerp + hoofdwerkwoord in de infinitief zonder het tot+ complement

Antwoord: Waarom? deed u nodig uit hij naar het feest? Je wist dat hij een onruststoker was!

Vertaling: Waarom heb je hem uitgenodigd voor het feest? Je wist dat hij een onruststoker was!

Vragende zinnen in de eenvoudig verleden volg de volgende structuur:

Did + onderwerp + hoofdwerkwoord in infinitief zonder tot + complement

wanneer de deed wordt gebruikt, wordt het hoofdwerkwoord van de zin niet verbogen, maar gebruikt in de infinitief zonder de Im. Dat is de reden, uitnodigen (uitnodigen) wordt nodig uit.

Antwoord: zij ging naar het ziekenhuis omdat ze was niet goed voelen. of zij? ging naar het ziekenhuis omdat ze was niet goed voelen

Vertaling: Ze ging naar het ziekenhuis omdat ze zich niet lekker voelde.

In bevestigende zinnen in de eenvoudig verleden, wordt de tijd aangegeven door de verbuiging van het hoofdwerkwoord.

het hoofdwerkwoord ik ga (ir) is onregelmatig en daarom wordt de flexie niet gevormd met de beëindiging -ed; het heeft zijn eigen vorm: ging.

Een verbuigend werkwoord in de bevestigende vorm van eenvoudig verleden wordt niet begeleid door de assistent deed.

Het eerste gat moet dus worden opgevuld met: ging (was).

In het tweede deel van de zin moeten we ons bewust zijn van een uitzondering: hoewel de algemene regel aangeeft dat de ontkenning van eenvoudig verleden worden gevormd met deed niet of niet, dit gebeurt niet als het hoofdwerkwoord de. is zijn (zijn).

reden: het werkwoord zijn heeft zijn eigen crunches: was niet of was niet; waren niet of waren niet.

Kies dus gewoon de juiste optie:

  • was niet en was niet: gebruikt met hij, ze en het
  • waren niet en waren niet: gebruikt met ik, wij, u en ze.

zoals het onderwerp van de zin is ze, de juiste optie is was niet of was niet.

Antwoord: Ze hebben 30 jaar bij dat bedrijf gewerkt.

Vertaling: Ze hebben 30 jaar bij dat bedrijf gewerkt.

Het hoofdwerkwoord van de zin (ik werk - werk) is een regelmatig werkwoord. Dus, je buiging van eenvoudig verleden wordt gevormd door het toevoegen van het einde -ed (werk > werkte).

Als algemene regel gebruiken we in bevestigende zinnen niet het hulpwerkwoord deed, maar het hoofdwerkwoord in de infinitief zonder de Im, gebogen.

Bevestigende zinnen in de eenvoudig verleden volg de volgende structuur:

Onderwerp + verbogen werkwoord + complement

Antwoord: Heeft hij de race gewonnen?

Vertaling: Heeft hij de race gewonnen?

De structuur van vragende zinnen in eenvoudig verleden volgt de volgende formatie:

Did + onderwerp + hoofdwerkwoord in infinitief zonder tot + complement

In ondervragingen wordt het hoofdwerkwoord niet verbogen om de tijd aan te geven, omdat deze aanduiding wordt uitgedrukt door het gebruik van deed.

Antwoord: Ik zag ze in het winkelcentrum.

Vertaling: Ik zag ze in het winkelcentrum.

Het werkwoord ik snap het (zie) is een onregelmatig werkwoord en daarom is de verbuiging van eenvoudig verleden wordt niet gevormd met de toevoeging van het einde -ed; het heeft zijn eigen vorm: zag.

Als algemene regel geldt dat de assistent deed het wordt niet gebruikt in bevestigende zinnen.

Bevestigende zinnen in de eenvoudig verleden volg de volgende structuur:

Onderwerp + verbogen werkwoord + complement

Onderwerp + niet of niet + hoofdwerkwoord in infinitief zonder + complement

Teachs.ru

Oefeningen op bijwoordelijke adjunct (met commentaar feedback)

Het bijwoordelijke adjunct heeft de functie om omstandigheden uit te drukken die bijvoorbeeld int...

read more
Oefeningen op eenvoudige en samengestelde zelfstandige naamwoorden

Oefeningen op eenvoudige en samengestelde zelfstandige naamwoorden

Test je kennis van eenvoudige zelfstandige naamwoorden en verbindingen.Bekijk de vragen van onze ...

read more

37 Rugslagoefeningen met sjabloon

Hier kun je testen of je weet hoe je de backquote correct gebruikt. Verspil geen tijd! Doe de oef...

read more
instagram viewer